Een zeer losse babbel over de gehele lijn, zo kan ik het gesprek met Stephanie D’Hose perfect omschrijven. Nog maar pas in de fleur van haar leven, maar D’Hose heeft al heel wat bereikt. Op haar 41 jaar is ze reeds ondervoorzitster van de Open VLD, momenteel de vijfde grootste partij van Vlaanderen (red. peiling juni ’22 van HLN). Daarnaast is de geboren Roeselarenaar ook voorzitster van de Senaat, weliswaar een orgaan dat bijna is doodgebloed. Een gesprek waarin de balans tussen het gebruiken van je hart en het nuttigen van je verstand, om aan politiek te doen, wordt beschreven. Met een warme begroeting start onze meeting van om en bij de veertig minuten. Interessante minuten, van begin af aan!

EEN VROUW DIE HAAR MANNETJE STAAT IN DE POLITIEK

’t Is een vraag die ik aan het begin van elk interview stel, maar hoe maakt u het op dit moment?

Stephanie D’Hose: “Alles gaat goed, dank je. Ik ben een beetje moe, het is de afgelopen tijd wat te druk geweest om goed te zijn, but we’re holding strong!”

Laten we dan maar meteen van wal steken, mevrouw D’Hose, misschien houdt u dan straks nog een kleine rustpauze over! U was een voortreffelijk studente met een master in de politieke wetenschappen. Wat leert u vandaag nog bij in de lente van uw politieke carrière?

Stephanie D’Hose: “Nog heel veel! Een onderwerp waar ik vroeger minder mee bezig ben geweest: ons institutioneel land. Zeker als Senaatsvoorzitter word ik daar vaak mee geconfronteerd. De opeenvolgende staatshervormingen, de financieringswet,… Ik leer er elke dag over bij! Ook als politica school ik mezelf nog elke dag bij over hoe ik op de beste manier een dossier kan aanpakken. Zoiets had ik al wat in de vingers omdat ik altijd voor politici heb gewerkt, maar als je zelf aan de onderhandelingstafel zit, is dat toch compleet anders.”

U raakt het zelf reeds aan: in het verleden werkte u voor gerenommeerde politici als Fientje Moerman, Sven Gatz en Sas Van Rouveroij. Wat hebt u bij elk van die routiniers geleerd?

Stephanie D’Hose: “Van Fientje heb ik voornamelijk de girlpower geleerd die je als vrouw moet bezitten in een mannenwereld, want dat is de politiek toch nog wel een beetje. Sven leerde me vooral om dingen niet persoonlijk op te vatten binnen de politiek, hij heeft ervoor gezorgd dat ik een olifantenvel wist te kweken. En door Sas Van Rouveroij ben ik een echte dossiervreter geworden, hij leerde me dat je nooit deftig aan de slag kan met een zaak als je het dossier niet tot in de puntjes hebt bestudeerd.”

Zijn er politici waarnaar u opkijkt, exclusief uw eigen partij?

Stephanie D’Hose: “Absoluut! In het binnenland ben ik zeer positief verrast door Annelies Verlinden (red. Minister van Binnenlandse Zaken). Voor een dame die niet uit de politiek komt, managede ze alles zeer goed tot nog toe. Wanneer ik ook het buitenland erbij haal, kan ik Sanna Marin (red. Premier van Finland) wel omschrijven als een voorbeeld voor mij. Haar communicatie is erg down to earth. Ik volg haar ook al een tijdje op sociale media. Het is een zeer authentieke, bevrijdende vrouw. Ik kijk best op naar vrouwen in de politiek, ik weet namelijk hoe lastig het kan zijn.”

De reden waarom u ervoor koos om de liberalistische waarden, in de politiek, te verdedigen in België is niet alledaags en vrij persoonlijk, klopt dat?

Stephanie D’Hose: “Inderdaad, mijn ouders waren vroeger zelfstandig. M’n vader was elektricien en zijn bedrijf begon te groeien in de gouden jaren ’80. Na een tijd kwam daar ook personeel bij. Maar op 56-jarige leeftijd heeft mijn vader een hersenbloeding gehad. Wanneer je zoiets meemaakt als zelfstandige kom je diep in de problemen, weinig mensen beseffen de impact daarvan. Het geld kwam niet meer binnen, hij heeft lange tijd in coma gelegen, waardoor mijn ouders en ikzelf lange tijd zwarte sneeuw gezien hebben. Ik wrong met een soort gevoel van onvrede en verontwaardiging, en dat heeft me doen beslissen om in de politiek te gaan. Voor mij is de VLD nog altijd de partij voor de zelfstandigen en de ondernemers en vandaar m’n keuze.”

U bent sinds begin dit jaar ondervoorzitter van Open VLD, koestert u ambitie om op termijn Egbert Lachaert op te volgen als voorzitter van de blauwe garde?

Stephanie D’Hose: “Neen, ik ondersteun Egbert zeer graag. Hij is één van m’n beste vrienden, maar als ik zie en hoor wat voor miserie hij over zich heen krijgt… Daar pas ik voor! Als ondervoorzitters (red. D’Hose is ondervoorzitter samen met Jasper Pillen) steunen wij Egbert waar mogelijk en dat doen we met alle plezier!”

Dat is nodig ook hé. Uw partij zit in woelig vaarwater…

Stephanie D’Hose: “Dat klopt, we zijn aan het vechten voor ons voortbestaan. Ik probeer mijn steentje bij te dragen met alle mogelijke kennis die ik bezit. À la guerre comme à la guerre.”

Heeft de VLD nood aan een Rousseau-effect? Vooruit is er enkel op ‘vooruit’ gegaan, sinds ze één boegbeeld voorop stelden.

Stephanie D’Hose: “Ik ben het absoluut met u eens dat er vernieuwing moet komen, maar ik geloof niet in eenmansverhalen. Ik ben onder andere een resultaat van de vernieuwing bij onze partij, die nu al ingezet is, maar tevens werk ik ook al zeer lang vanuit de buik van de partij mee aan onze wederopstanding. Rousseau heeft het voordeel dat hij de familienaam meeheeft, én dat hij uit een politiek actief gezin komt. De vernieuwing van de socialisten was trouwens al ingezet ten tijde van John Crombez, dus we moeten bij dat verhaal toch wel een kanttekening durven maken. Ik ben wat bang van die witte konijnen die je zo, hup, in het parlement dropt.”

SIHAME EL KAOUAKIBI

Die angst voor witte konijnen heeft natuurlijk alles te maken met de zaak El Kaouakibi, zij was hét witte konijn van de VLD. Leeft dat verhaal nog binnen de partij en hoe staat u daarin?

Stephanie D’Hose: “Ik leerde Sihame pas kennen toen ze uitkwam voor onze partij in het Vlaams parlement. En eerlijk is eerlijk: ik had heel veel bewondering voor haar verhaal en achtergrond. Uiteindelijk laat die hele zaak een enorm trauma na. Door dit schandaal is de politiek alweer in een slecht daglicht gesteld én krijg je jongeren niet meer gemotiveerd om aan politiek te doen. Ik denk niet dat ik hier ooit van ga bekomen als mens.”

U neemt Sihame El Kaouakibi heel wat kwalijk, lijkt me dan?

Stephanie D’Hose: “Ja, ik ben zeer boos op haar. Ik weet niet wat ik zou doen als ik Sihame morgen tegenkom. Ze heeft mij persoonlijk geraakt. Onze bureaus lagen naast elkaar, wij kwamen echt goed overeen. Het feit dat ze uit de cultuursector kwam, schepte een band. Sihame heeft de idealen waarvoor ik strijd volledig kapot gemaakt, niet enkel in de politiek, maar ook wat betreft het culturele. Ik geef toe dat mijn vertrouwen in de mensheid heel erg is geschonden door de zaak El Kaouakibi.”

Hebt u na dat de bom barstte nog een bericht verstuurd naar haar?

Stephanie D’Hose: “Het erge is dat, wanneer de eerste nieuwsberichten binnenkwamen, ik inderdaad nog een bericht naar haar heb verstuurd met een erg medelevende tekst. Ik geloofde aanvankelijk ook niet dat die verhalen klopten. Tot je het ene bewijs na het andere onder de neus krijgt geschoven, van dan af aan heb ik geen contact meer genomen. Het is gebeurd, ze is schuldig, wist ik vanaf dan.”

Ik weet niet wat ik zou doen als ik Sihame morgen tegenkom.

D’Hose over de frauduleuze zaak rond El Kaouakibi

Laatste vraag omtrent dit onderwerp: ligt Sihame El Kaouakibi aan de basis van de kelderende peilingen bij uw partij?

Stephanie D’Hose: “Tuurlijk. Onze partij worstelt enorm met geloofwaardigheid. We zitten al twintig jaar in de regering en hebben niet altijd kunnen doen wat we beloofden. We kiezen er al jaren lang voor om mee te gaan in het bestuur en iets te proberen veranderen. Maar dan loop je uiteraard het risico dat je water bij de wijn moet doen. Dat risico loop je niet wanneer je in de oppositie zit, daar schreeuwt men liever bij elk foutje. Makkelijk, lijkt me dat. Doe daarbij het verhaal rond Sihame en je bent gewoon alle geloofwaardigheid kwijt. Dat schandaal sneed dwars door onze corebusiness, aangezien wij de partij wouden worden die kansen gaf aan jonge talenten, al dan niet met allochtone achtergrond. Sihame heeft heel ons imago geschonden.”

DE KLOK TIKT RICHTING 2024

Naar 2024 dan, het jaar van de waarheid! Er lijkt een fameuze kink in de kabel te zitten tussen Open VLD en N-VA, terwijl jullie ideologisch het dichtste tegen elkaar liggen, lettende op het politiek spectrum. Wat is nu precies dat probleem tussen die twee partijen?

Stephanie D’Hose: “Er zijn twee problemen. Ten eerste is N-VA een conservatieve partij, terwijl wij bij uitstek progressief zijn. N-VA wil terug naar dat Vlaamsche gedachtegoed, waar wij proberen te kijken naar de toekomst en mogelijkheden tot innovatie. Ideologisch kan er dus sowieso over heel wat gediscussieerd worden. Sociaal-economisch staan we dan weer heel dicht tegen elkaar. Ten tweede blijken er tijdens de regeringsvorming wat blutsen gevormd te zijn tussen Bart De Wever en kopstukken van onze partij. Meneer De Wever voelt zich persoonlijk aangevallen, terwijl wij eigenlijk klaarstaan om hem terug de hand te reiken. Ik kom goed overeen met Anneleen Van Bossuyt, die fractieleider is voor N-VA in Gent, en zij denkt eraan om zich kandidaat te stellen voor de positie van ondervoorzitter bij haar partij. Misschien kunnen wij, twee Gentse ondervoorzitters, dan zorgen dat de plooien tussen beide partijen weer gladgestreken geraken.”

Daaruit concludeer ik dat Bart De Wever eigenlijk de stoorzender is?

Stephanie D’Hose: “Het is natuurlijk zo dat wij merken dat die man erg kwaad is op ons…”

Maar dat is hij ook op de Parti Socialiste en daar kan hij misschien wel mee gaan samenwerken (red. De Wever onderhandelt alreeds met de socialisten richting 2024)…

Stephanie D’Hose: “Klopt, maar wij zijn natuurlijk zijn rechtstreekse uitdager naar 2024 toe. Je dient dat op electoraal vlak te bekijken. Én je moet het politieke en het persoonlijke kunnen loskoppelen van elkaar.”

En dat is iets wat Bart De Wever te weinig doet?

Stephanie D’Hose: “Voor meneer De Wever is dat één geheel. Je kan perfect de degens kruisen in de politieke arena, maar het moet perfect mogelijk zijn om een uurtje later samen een pint te gaan drinken. We merken dat dat bij hem minder het geval is. Als partij zouden we die bladzijde kunnen omdraaien, maar wij blijven de uitgestoken hand bieden want wij zijn onze hoop nog niet verloren!”

Je moet het politieke en het persoonlijke kunnen loskoppelen van elkaar.

Stephanie D’Hose over het moeilijke contact tussen de VLD en N-VA

DE LAATSTE UREN VAN DE SENAAT ALS POLITIEK ORGAAN

U bent voorzitter van de Senaat, een orgaan dat door de staatshervorming eigenlijk nog weinig betekent. Hoe voelt dat?

Stephanie D’Hose: “Het is heel dubbel. Ik hou van de zaal, het personeel dat zich dubbel plooit en ik koester de geschiedenis die er wordt weerspiegelt. Maar langs de andere kant stel ik, samen met veel anderen, vast dat de Senaat na al die staatshervormingen is uitgehold. Het heeft vandaag geen politiek relevante functie meer. Ik zou dan vier jaar kunnen zwijgen en de eerste burger van België spelen, maar daar heeft niemand iets aan.”

U wilt met de Senaat een andere weg inslaan?

Stephanie D’Hose: “Klopt, ik wil van de Senaat niet langer een politiek orgaan maken, maar wel een burgerparlement. Waar burgers kunnen opkomen voor hun meningen en kunnen debatteren met politici. En het zou mooi zijn wanneer die voorstellen van onze burgers dan ook effectief worden, meegenomen naar de Kamer.”

Benieuwd hoe dat gaat evolueren… Bedankt voor het fijne gesprek, mevrouw D’Hose!

Mauro Pauwels, 06/07/2022

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.